Griekse raal

Griekse taal

griekse taal O udgrieks (dialect). De Griekse taal bestaat uit de oudst geschreven bronnen in Europa. Er wordt naar schatting maar liefst 30 eeuwen in het Grieks geschreven. Tegenwoordig verschilt het moderne Grieks met het Klassieke, toch is er in de taal niet veel ingrijpend veranderd. Het Klassieke Latijn verdween al vrij vroeg en viel uiteen in veel varianten van de Romaanse dochtertalen, maar de Griekse taal op zichzelf is nooit verdwenen. Er bestonden ook veel dialecten in het Grieks en werd ingedeeld in diverse hoofdgroepen.

Dorisch (dialect)

Deze taal was een Oudgrieks dialect dat door de stam van de Doriërs werd gesproken. Deze taal werd ook gesproken op de Peloponnesos onder anderen in Sparta, Argos en Korinthe op Kreta en de zuidelijke Cycladen in Zuid-Italië e Sicilië. Deze taal is ook verwant met het Noordwest-Griekse dialecten die toen der tijd in Phocis, Locris en Elis werd gesproken. Samen werden ze tot het Dorisch-Noordwestgrieks gevoegd.

Eolisch (dialect)

Eolisch wordt ook wel Lesbisch genoemd en het dialect komt van het Oudgrieks dat werd gesproken in Thessalië, Boeotië, noordelijk Klein-Azië, het eiland genaamd Lesbos en op de Griekse kolonies van Asia Minor. Deze taal staat ook bekend als de taal van de dichters Sappho en Alcaeus. De poëzie van deze dichters behoren tot de hoogtepunten van de Oudgriekse poëzie en is meestal in versmaten geschreven en dat zijn er vier genaamd Hendacasyllabus, het Glycoische vers, de Saffische strofe en de Alcaeïsche strofe. Het dialect wordt ook als een barbaarse manier afgeschilderd omdat er grote verschillen in de taal zitten in vergelijking met het Attisch.

Ionisch (dialect)

Ook het Ionisch is een Oudgrieks dialect en deze taal stamt af van de Ioniërs die deze taal spraken. Dit dialect werd verspreid door de gebieden in Griekenland en omvatte de westkust van Klein-Azië, de Egeïsche eilanden, Euboea en een paar kolonies aan de Zwarte Zee en in Zuid-Italië. Deze taal is dan ook eigenlijk een vorm van het Ionisch dat is gekoppeld van het klassieke Grieks. Een van de zeven hoofdkerktoonladders is Ionisch en dat wilt zeggen dat de tonen ut een diatonische reeks komen met steeds dezelfde intervallen.

Attisch (dialect)

Een van de andere dialecten die uit het Oudgrieks zijn ontstaan is het Attisch en dat is in verband met dat dit dialect in de klassieke Oudheid het belangrijkste economische en culturele centrum van de Griekse wereld wordt gebruikt. Deze taal werd lokaal verspreid in de talen Xenophon, Sophocles, Plato, Thucydides (historicus) en Demosthenes. Buiten de oorspronkelijke grenzen van Griekenland groeide dit dialect uit tot een soort algemene omgangstaal in de gebieden waar Grieks werd gesproken. Dat is dan ook een van de redenen dat dit dialect op diverse scholen wordt onderwezen en dan spreken we vooral over de Attische grammatica. In heel Griekenland is dit ook dan wel het meest gesproken dialect. Een van de benamingen van deze grammatica is de normatief en dat is de naamval die het onderwerp van een zin of een zinsdeel aangeeft. Deze grammatica geldt als de grondvorm van de namen en woorden in de vorm waarmee het in het woordenboek staat.

Terug naar boven